Sommige pakketten zijn er snel. Sommige bezorgdiensten doen eerst alsof Hoorn alleen bereikbaar is via een bergpas en een ezel.
De nieuwe Golden Fleece-kaardmolen had al heel veel ‘kijken in de app waar hij blijft’ op zijn naam, voordat hij eindelijk in het atelier stond. Maar op een ochtend was de doos er toch. En toen ging het snel.

De onderdelen waren zorgvuldig verpakt. Er zat een handgeschreven briefje bij, een zakje thee en chocolade. Kleine dingen, maar precies genoeg om te merken dat dit niet zomaar een pakket uit een magazijn was. Pas toen ik blij aan iedereen de pakbon en het cadeauzakje liet zien, kreeg ik de reactie; ‘Ehm, ja, dat doe jij toch ook altijd bij je pakjes?‘ Ja, inderdaad, daar had ik eigenlijk nooit zo bij stil gestaan Soms heb je iemand anders nodig om je eraan te herinneren, dat wat voor jou heel gewoon is, voor een ander juist bijzonder kan zijn.

Twee molens, twee banen
De nieuwe Golden Fleece vervangt de oude kaardmolen niet. Die blijft gewoon staan.
De bestaande molen heeft een beslag van 56 TPI; de nieuwe heeft 120 TPI. De nieuwe geeft meer ruimte voor fijne vezels en verfijndere mengingen. De oude blijft juist prettig voor luchtige, uitgesproken structuren. Geen oude eruit, nieuwe erin. Ze hebben allebei een baan.
Dat is eigenlijk voldoende techniek voor één dag. Daarna moest er wol doorheen.

Geen inwerkperiode
De Golden Fleece kreeg geen voorzichtige kennismaking. De doos ging in de hoek, de hendel ging er op en voordat ik het wist was het alweer het eind van de middag. In de tussentijd waren er bijna ongemerkt negen batts gemaakt.
De eerste acht werden een gevarieerde, maar samenhangende reeks S7oRS Art Batts voor de markt. Verschillende vezels, kleuren en structuren naast elkaar: genoeg om meteen te zien wat het fijnere beslag met verschillende vezels en mengingen doet.
Aan het eind van de dag voelde de molen al helemaal eigen. Niet omdat ik een uitgebreide testprocedure had gevolgd, maar gewoon omdat ik deed wat ik altijd doe: draaien, kijken, nog eens draaien en een nieuwe pluk wol pakken. Zo gaat het hier eigenlijk altijd. Nieuw gereedschap hoeft niet eerst bewonderd te worden, het mag meteen meedoen.


Voordat mama hem stiekem verkoopt
De negende batt was van Floortje.
Floortje wil altijd alles zelf doen, dus dat gebeurde nu ook. Ik waarschuwde nog dat het beslag scherp is, dat leverde me vooral een paar rollende ogen op. ‘Ja DUH, ik zie de waarschuwingssticker ook hoor mam.’ Floortje koos een pluk blauwe lont en zijde, draaide een batt alsof ze dat dagelijks doet en bracht ze haar batt snel naar haar kamer. ‘Anders verkoop jij hem stiekem.’ Ze kent haar moeder inmiddels goed genoeg.
Natuurlijk verkoop ik haar batt niet. Ik spin hem voor haar en daarna kan Floortje er iets van breien. De taakverdeling was daarmee verrassend snel vastgelegd.

Sjors, elf en bijna twaalf, had alles aandachtig op een afstandje zitten volgen. Toen de bak vol lag kwam hij kijken. Hij had weer een andere beoordeling van de batts. Hij wilde ze vooral knuffelen. Ook dat is een vorm van kwaliteitscontrole, al staat die vermoedelijk niet in de handleiding.
Rick keek naar de molen, de batts, de kinderen en de troep in het atelier en zei lachend:
‘Jullie zijn allemaal hartstikke gek.’
Daar was weinig tegenin te brengen.
Een atelier is geen museum
Aan het begin van de dag zat de nieuwe kaardmolen nog in een doos. Aan het einde waren er negen batts gemaakt en lag er één op een slaapkamer buiten het bereik van de vermeende handelaar.
Zo gaat dat hier. Gereedschap hoeft niet eerst een paar weken bewonderd te worden. Het wordt gebruikt, getest, gedeeld en soms onmiddellijk geclaimd door iemand met een eigen plan.
Een atelier leeft niet van spullen die netjes blijven. Het leeft van wol op tafel, mensen die zich ermee bemoeien en gereedschap dat nog dezelfde dag vergeet dat het ooit nieuw was.
