Van doos naar negen batts

Sommige pakketten zijn er ineens. Andere doen eerst alsof Hoorn alleen bereikbaar is via een bergpas en een ezel.

De nieuwe Golden Fleece-kaardmolen had er een flinke reis op zitten voordat hij eindelijk in het atelier stond. Maar op een ochtend was de doos er toch. En toen ging het snel.

Nieuwe Golden Fleece-kaardmolen naast de verpakking in het atelier.

De onderdelen waren zorgvuldig verpakt. Er zat een handgeschreven kaartje bij, een zakje thee en chocolade. Kleine dingen, maar precies genoeg om te merken dat dit niet zomaar een pakket uit een magazijn was. Iemand had bedacht dat hij terecht zou komen in een atelier waar een nieuwe machine waarschijnlijk niet lang ongebruikt zou blijven.

Open doos van Golden Fleece Carders met beschermend papier en deksel.

Twee molens, twee banen

De nieuwe Golden Fleece vervangt de oude kaardmolen niet. Die blijft gewoon staan.

De bestaande molen heeft een beslag van 56 TPI; de nieuwe heeft 120 TPI. De nieuwe geeft meer ruimte voor fijne vezels en verfijndere mengingen. De oude blijft juist prettig voor luchtige, uitgesproken structuren. Geen oude eruit, nieuwe erin. Ze hebben allebei een baan.

Dat is eigenlijk voldoende techniek voor één dag. Daarna moest er wol doorheen.

Detail van de Golden Fleece-kaardmolen met houten frame en fijn beslag.

Geen inwerkperiode

De Golden Fleece kreeg geen voorzichtige kennismaking met het huis. Hij kwam ’s morgens binnen en aan het eind van de dag waren er negen batts gemaakt.

De eerste acht werden een gevarieerde, maar samenhangende reeks S7oRS Art Batts voor de markt. Verschillende vezels, kleuren en structuren naast elkaar: genoeg om te zien waar deze molen zin in heeft.

Aan het eind van de dag was de hendel al goed ingereden. Niet door een uitgebreide testprocedure, maar door gewoon te draaien, te kijken, nog eens te draaien en vezels door de molen te laten gaan. Zo worden dingen hier meestal vertrouwd.

Blauw-witte S7oRS Art Batt met gekleurde vezels in een metalen bak.
Negen S7oRS Art Batts in verschillende kleuren op een metalen bak.

Voordat mama hem stiekem verkoopt

De negende batt was van Floortje, alias Tante Kaa.

Floortje wilde alles zelf doen, dus dat gebeurde ook. Daarna bracht ze haar batt direct naar haar kamer, veilig opgeborgen voordat mama hem volgens haar stiekem verkoopt. Een begrijpelijke voorzorgsmaatregel, als je net iets hebt gemaakt dat blijkbaar direct als bezit voelt.

Marieke gaat hem voor haar spinnen, zodat Floortje er daarna zelf iets van kan breien. Zo wisselt die batt nog een paar keer van eigenaar: eerst door Floortje gekaard, daarna door Marieke gesponnen en vervolgens weer terug om verder mee te maken. Een klein familieproject, met een vrij duidelijke taakverdeling.

Handen bij de Golden Fleece-kaardmolen in het atelier.

Sjors, elf en bijna twaalf, had een andere beoordeling van de batts. Hij wilde ze vooral knuffelen. Ook dat is een vorm van kwaliteitscontrole, al staat die vermoedelijk niet in de handleiding.

Rick keek naar de molen, de batts, de kinderen en de algemene bedrijvigheid in het atelier en zei:

‘Jullie zijn allemaal hartstikke gek.’

Daar was weinig tegenin te brengen.

Een atelier is geen museum

Aan het begin van de dag zat de nieuwe kaardmolen nog in een doos. Aan het einde waren er negen batts, een hendel die al goed wist wat hem te doen stond en één batt die boven op een kamer in veiligheid lag.

Zo hoort het hier eigenlijk ook. Gereedschap mag nieuw zijn, maar niet lang kostbaar op afstand blijven. Het mag gebruikt worden, getest, gedeeld en soms meteen geclaimd door een tienjarige met een eigen plan.

Een atelier leeft van dat soort dagen: wol op tafel, mensen die zich ermee bemoeien en een nieuw stuk gereedschap dat voor je het weet gewoon mee staat te doen.

Newsletter

Enter your e-mail address to subscribe to our newsletter.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *